Ik sta (niet) stil

Voor mijn gevoel zit ik continue in een spagaat. Ik wil stappen zetten, maar blijf elke keer stilstaan. In mijn loopbaan zet ik weinig stappen. Continue ben ik bezig met het ziekenhuis, bewust of onbewust. Het vreet energie. Tegelijkertijd krijg ik er niets voor terug. Voor mijn gevoel moet ik geven en geven en geven, om elke keer met leegte over te blijven. Daarnaast blijft mijn werk achter. Dit klinkt niet erg bescheiden, maar ik ben goed in mijn baan en weet hoeveel meer ik nog kan bereiken. Continue twijfel ik. Werk? Ziekenhuis? Tegelijkertijd? Of niets? Er is meer dan werk. Maar ik wil ook gelukkig zijn met mijn baan.

Ik vind het lastig te accepteren hoeveel impact dit traject heeft. Op mijn leven. Ons leven. De mensen om ons heen. Mijn werk. Onze wereld lijkt te draaien om weer eens een ziekenhuisbezoek. Soms wil ik bij de balie vragen om een strippenkaart zodat ik bij bezoek 10 iets gratis krijg. Of een leuke tegoedbon. Dan houd ik er tenminste iets aan over. Alles eromheen staat stil. Op willekeurige dagen verschijn ik niet op werk. Ook privéafspraken zeg ik af – als ik al eens een afspraak maak. Het voelt als een obsessie. Alsof er niets anders is in ons leven. Dit proces heeft natuurlijk onze focus, maar er is meer in het leven.

Continue reading “Ik sta (niet) stil”

Samen één team

Dit proces is heel lastig. Mijn emoties slingeren alle kanten op. Ook ben ik van nature een doemdenkertje. Ik zie veel beren op mijn pad. Dit betekent, over het algemeen, niet dat ik het pad niet bewandel, alleen ben ik vrij gespannen en kijk schichtig om mij heen. Daarnaast zijn er natuurlijk grenzen. Het proces kost energie, mentaal en lichamelijk. Soms heb ik minder energie om mij staande te houden. Echter zijn er ook lichtpuntjes. Soms een beetje gedimd, maar lichtpuntjes zijn er zeker. Waarbij het grootste lichtpunt de man aan mijn zijde is.

Voor hem is het proces ook lastig. Hij is vrij machteloos. De hormonen gieren door mijn lijf en maken van mij niet perse een beter persoon. Waardoor hij weleens de volle laag krijgt. Ik kan nijdig reageren om niets. Huilen om niets. Boos zijn om niets. Schelden om niets. Ook ziet hij ook hoe lastig alles voor mij is. Ik kan echt breken. Hij probeert er voor me te zijn, maar weet het af en toe ook niet meer. Wanneer ik weer eens verslagen op een behandeltafel lig, zit hij steevast aan mijn zijde. De held. Soms houdt hij mijn hand vast, meer voor zichzelf dan voor mij. Ik weet niet wat ik kan doen, maar ik ben er. Meer is ook niet nodig.

Continue reading “Samen één team”

Eenzaamheid

Blijkbaar raakt 1 op de 6 paren niet binnen één jaar zwanger. Sommigen raken alsnog zwanger, terwijl anderen (ongewenst) kindloos blijven. Dus ik ben niet de enige. Daarover heb ik nooit getwijfeld. In de wachtkamer zie ik genoeg tranen en nerveuze stellen. Er zijn organisaties, tijdschriften, en websites met als focus vruchtbaarheidsproblemen. Maar ik voel(de) mij erg eenzaam. In mijn directe omgeving kan ik bij veel mensen uithuilen, ongegeneerd vloeken, of juist afleiding vinden. Alleen vind ik er niet de samenhorigheid waarnaar ik op zoek ben. Echt begrip…

Ik deel veel en weinig. Enkele personen vertel ik werkelijk alles. In geuren en kleuren, tot het onsmakelijke toe. Anderen vertel ik iets uit noodzaak. Velen horen niets (persoonlijk) van mij. Ik wil er niet over praten. Ik heb geen behoefte aan andermans verdriet, pijn, of worstelingen. Egoïstisch, maar er is geen ruimte voor. Momenteel kan ik, als wij het hierover hebben, er niet voor anderen zijn. Ook zit ik niet te wachten op onvermijdelijke opmerkingen als “gelukkig is er hulp” of verhalen in de trant van “de vriendin van de zus van mijn zwager maakte hetzelfde mee en zij heeft nu een prachtig kind”. Zulke verhalen raken mij niet. En in het ergste geval word ik nog verdrietiger en krijg ik het gevoel enorm te falen.

Continue reading “Eenzaamheid”

Proces dusver

Sinds een jaar staat mijn leven in het teken van injectienaalden, hormonen, wekelijkse bezoeken aan het ziekenhuis, stille hoop, teleurstellingen, en tranen. Inmiddels heb ik al veel meegemaakt, maar dit fertiliteitstraject spant de kroon. Het hele traject raakt mij diep, tot mijn kern, waardoor ik alles slecht kan accepteren. Ik kan er alleen over praten als het nodig is (werk, therapie), maar verder houd ik mijn kaken op elkaar. Ik wil geen vragen. Ik wil geen medelijden of medeleven zien of voelen. Ik wil er niet elke keer aan herinnert worden. Zelfs als elke persoon de vraag slechts eens per maand stelt, moet ik de vraag tien keer beantwoorden. Daar heb ik de energie niet voor. Tegelijkertijd helpt het mij niet perse verder. Je kunt alleen begrip krijgen als je iets deelt. Dus ik deel. Voor anderen. Hopelijk op den duur ook voor mezelf.

In mijn hoofd zijn wij allang al ouders. Er ontbreekt alleen een kind. Het leek een vanzelfsprekende droom. “Laten we voor een kindje gaan,” zei één van ons tegen de ander. We verwachtte met een half jaar, of uiterlijk een jaar, eindelijk eens een plusje te zien op een zwangerschapstest. Na anderhalf jaar raakte ik eindelijk zwanger en twee maanden later kreeg ik een miskraam. Inmiddels zijn wij vijf jaar verder en start ik volgende maand weer met het toedienen van hormonen middels een injectienaald. Artsen wilden nog weleens zeggen “Maar je bent al eens zwanger geweest” alsof het een troost is. Dat wij nooit echt veilig waren, lijken zij zijn te vergeten. Wie weet was deze (ongelukkige) zwangerschap een toeval, en niet meer dan dat.

Continue reading “Proces dusver”

Adem in, adem uit

Ja, ik leef nog. Het stof dwarrelt alle kanten op, maar ik heb besloten om mijn blog nieuw leven in te blazen. Tot mijn eigen verbazing stamt mijn laatste bericht uit september 2016. Om het, voor mij, nog erger te maken: sinds september 2016 heb ik bijna geen woord geschreven. Ook niet voor mijzelf. In eerste instantie vanwege een nieuwe baan bij Randstad (waar ik nog steeds zit). Vervolgens vanwege een slopend traject vol bezoeken aan het ziekenhuis met als doel een kindje te kunnen (en mogen) verwelkomen. Tot nu toe heeft het nog niets opgeleverd. Op veel stress, aanvullende hormonen, paniek, en tranen na. In een poging er toch nog iets van te maken, heb ik de hulp ingeschakeld van een therapeute. Een cruciaal onderdeel is schrijven. Want zonder schrijven kan ik niet helen.

Mijn leven is een chaos. Op werk is er een reorganisatie gaande waardoor mijn afdeling is / wordt opgeheven. Elke dinsdag reis ik met een knoop in mijn maag naar Haarlem om te praten, huilen, en lachen met een therapeute. Ook ben ik van plan het traject in het ziekenhuis weer op te starten. Wanneer ik elke zin op zichzelf bekijk, denk ik “Oké, lastig, maar hier sla ik mij prima doorheen”. Wanneer ik alle zinnen achter elkaar lees, krijg ik het benauwd. Het is veel. Heel veel. Hoewel ik van mezelf vind een sterk persoon te zijn, heb ook ik mijn grenzen (al heb ik erg veel moeite zoiets toe te geven). Gooi daarbij dat ik graag de touwtjes in handen heb en je hebt een fantastische combinatie voor een mentale inzinking. (Afhankelijk aan wie je het vraagt, heb ik er al één gehad of ben ik er bijna.) Maar ik krabbel weer op. Dit bericht bewijst het. Ik schrijf weer. Het voelt zo heerlijk weer te schrijven.

Moederliefde

“Hier hebben wij Lennart,” zeg ik trots, terwijl ik de kofferbak open. “Het was een zware klus, maar het is mij gelukt.”
Woedende ogen kijken mij vanuit de kofferbak aan, maar het blijft aangenaam stil. Lennarts mond is dichtgeplakt met twee lagen buizenplakband – wat mij betreft de uitvinding van het millennium. Ik heb zijn handen en voeten bij elkaar gebonden met meerdere nylon sluitstrips. Uiteraard met de handen op zijn rug, zoals je ook in films ziet. Voor de zekerheid heb ik de rest van de buizenplakband om zijn polsen en enkels gewikkeld. Ik neem liever het zekere voor het onzekere.
“Wat vindt u, moeder?” vraag ik. “Is dit veilig zo? Mam?”
Geschokt kijkt zij van Lennart naar mij naar Lennart en weer terug naar mij. Enkele keren opent zij haar mond, maar zegt niets. Haar borst gaat snel op en neer. Te snel. Veel te snel. Haar ogen rollen naar achteren. Al snel volgt haar lijf. Voordat zij tegen de muur valt, grijp ik haar bij de armen. Gelukkig is moeder tenger, vooruit, mager, en mijn lichaam zorgt voor voldoende tegengewicht.

Continue reading “Moederliefde”

Nieuw avontuur

Afgelopen jaar was een vreemd jaar. Ik ruilde veiligheid voor het onbekende in. Vreselijk eng en confronterend. Het gevoel van minimale vooruitgang bracht slapeloze nachten met als gevolg dat ik veel en weinig tegelijkertijd deed. Ik pakte alles aan. Op positieve dagen was ik tevreden aan de slag met mijn project, een review, vrijwilligerswerk of (tijdelijke) bijbaan. Op negatieve dagen zag ik in gedachten de verkoopborden in onze tuin staan, verdween met elke klik een stukje van mijn waardigheid en zat ik wiegend op de bank. Leuk joh, een nieuw avontuur beginnen. He-le-maal het einde. Toch had ik het voor geen goud willen missen. 

Mijn ego had het zwaar te verduren. Ik zette mijn trots op zij en nam een simpele bijbaan aan. Het leek een goede oplossing. Minimale uren welke ik zelf kon indelen. Alleen verloor ik met elke muisklik – enkelen per minuut – een hersencel. Het was ver onder mijn niveau en betaalde ook nog eens slecht. “Maar je hebt alle tijd om te schrijven,” hield ik mij elke keer voor. Klopt. Had ik ook. Ik deed mijn best om hiervan gebruik te maken. Ik schreef honderden tot duizenden woorden per week, maar de rivier droogde op. Uitdaging, ik miste mentale uitdaging. “Je kunt jezelf toch uitdagen?” Ja en nee. Ja, ik kan mijzelf motiveren. Tot op zekere hoogte, want; nee, ik werk het best voor een ander. Ik zorg graag voor anderen. Het motiveert mij om voor mijzelf te zorgen.

Continue reading “Nieuw avontuur”